zaterdag 28 januari 2012

in het spoor van Eline




Eline Vere. Wie kent haar niet. Als je in Den Haag leeft, of liever: 's-Gravenhage, en bovendien in een huis uit 1887, is het onmogelijk niet op enig moment Eline Vere te (her)lezen. Dat ben ik op dit moment aan het doen. Eline neemt me mee naar het Haagse society-leven van rond 1885. Het leuke ervan is dat het heel herkenbaar is, omdat de plaatsten die zij bezoekt allemaal in de buurt zijn en je er zo langs kunt lopen. Tegelijk is het leven zo anders dan tegenwoordig. Het geeft wel een mooie inkijk in het leven van de "well-to-do" rond die tijd. Zo las ik gisteren over Scheveningen. Men ging in de zomer -net als tegenwoordig- naar Scheveningen. Scheveningen bestond toen vooral uit duinen en een paar villa's en hotels. Het Kurhaus was net -voor de eerste keer- gebouwd op de plaats waar het oude Badhuis van Pronk stond. Als je tegenwoordig rond het Kurhaus loopt, zie aan de zijkant, boven een souvenirwinkel, nog een gedenktegel voor de heer Pronk, die ooit besloot - met veel tegenwerking van de gemeente - dat een badhuis wel een goed idee zou zijn. Later werd hij volgens mij door de gemeente er uit gewerkt en is de gemeente het badhuis zelf gaan exploiteren omdat de gemeente inmiddels ook wel inzag dat het behoorlijk winstgevend was.


herinnering aan de vader van de badplaats, J. Pronk

Wij komen vaak in (op) Scheveningen. Het is zo heerlijk om in een stad aan zee te wonen en 's zomers en 's winters aan het strand uit te kunnen waaien. We zijn helaas niet zo'n fan van de kermiskust - naar ik begrijp de grote droom van de heer Zwolsman - die het inmiddels geworden is. Bijna alle mooie oude gebouwen zijn verdwenen, met uitzondering van het Kurhaus, dat op het nippertje nog van de sloop gered kon worden. Voor die mooie gebouwen in de plaats zijn lelijke betonnen flats en schreeuwerige etablissementen zoals Mc Donalds en het Casino in de plaats gekomen. Maar goed, het Kurhaus staat er nog. Volledig ingebouwd, waardoor het bijna niet meer opvalt. In 1885 was dat wel anders. Het was "the place to be". Er was overigens nog een pier gebouwd. Wij hebben in het Muzee in Scheveningen een leuk boekje aangeschaft " Scheveningen wordt mondain - 125 jaar Kurhaus", over de historie van het Kurhaus en met veel tekeningen en foto's; heel erg leuk. Toch vond ik het altijd lastig om me voor te stellen hoe het Kurhaus in die tijd er uit zag en gebruikt werd. Het was dus een leuke verrassing toen ik in Eline Vere een paar hoofdstukken las die hieraan gewijd zijn, en dat heel goed beschrijven. Hieronder heb ik een paar leuke passages uit het boek weergegeven.

[...]
De trammen van den Ouden Scheveningschen weg naar het Kurhaus waren
stampvol. Zij werden op de halte Anna Paulownastraat--Laan Copes
van Cattenburg bestormd door een wachtende menigte, die, in een
oogwenk, de wagens gevuld en de perrons overladen had of de imperiale
was opgeklommen. Men verdrong elkander, zeer ernstig van gelaat,
zelfs ter wille van het kleinste staanplaatsje, onbarmhartig voor
wanhopige lotgenooten, onder wie vele dames, met een overspannen
zenuwachtigheid en een bont gefladder van lichte toiletten den tram
omliepen, turende door de glazen of zij wellicht nog een zweem van
een open plekje bespeurden. De conducteurs belden; zij riepen driftig
tot de achtergeblevenen die wenkten, en daarop dadelijk den anderen
kant uitzagen, naar de, nog onzichtbare, volgende tram; want ach,
de paarden zetten zich reeds in beweging en de ernstige gezichten van
hen, die nu blijde op elkaâr gepakt zaten, glansden van gelukzaligheid,
na de overwinning.
[...]
--Het zal stampvol zijn! meende Betsy. Maar het is natuurlijk buiten,
we behoeven dus niet bang te zijn voor een plaats....

Er woei geen zuchtje door het dichte bladerweefsel, en, na een dag
van straffe, broeiende zonnehitte, scheen er bij het eerste waas van
schemering nog een looden zwaarte in de lucht te blijven hangen. Eline,
een weinig afgemat door die warmte, welke haar zeer bleek maakte,
leunde achterover, en sprak weinig; alleen blikte zij Otto een enkele
maal tusschen hare kwijnende wimpers toe met een schalke coquetterie,
vol geluk. Betsy sprak voortdurend tegen van Erlevoort, daar Henk
ook niet spraakzaam was; hij overwoog namelijk bij zichzelven of het
niet gezelliger zou geweest zijn, thuis in den tuin thee te drinken,
dan zoo dadelijk na den eten naar Scheveningen te moeten oprukken.
[...]
Maar zij waren reeds langs de villa's van den Badhuisweg, voorbij
de Galerie, langs de achterzijde van het Kurhaus omgereden en zij
hielden voor de trappen van het terras, aan den zeekant op.
[...]
Om een tafeltje, dicht bij de muziektent, zaten de Eekhofs en de
Hijdrechten, toen Betsy, Eline, Otto en Henk door het tourniquet,
dat de controleur draaien deed, éen voor éen uitkwamen, terwijl Henk
de kaarten toonde. 
[...]
Betsy intusschen, rechts en links groetende, had verklaard, dat zij
goed zouden doen, niet langer te wandelen en naar een tafeltje om te
zien; het was zeer vol.

Gelukkig, buiten zat men overal prettig, zelfs was het te verkiezen
ver van de tent te zitten; anders verging men van het lawaai... Zij
zetten zich dus een weinig terzijde, aan den kant der Conversatiezaal,
waar nog tal van tafeltjes onbezet waren, toch vóor aan het wandelpad,
zoodat zij de menigte wandelaars konden zien en door dezen gezien
worden.
[...]
Het was reeds laat; tal van menschen waren reeds vóor het laatste nummer
vertrokken, en nu het concert uit was; vloeide de menigte langzaam
door de Kurzaal weg. Zachtjes aan temperde de luidruchtigheid van
die drukke atmosfeer vol muziek, gescherts, gasgloed en bonte kleuren
zich tot een leegte en een rust, terwijl de lantaarns reeds hier en
daar waren uitgedraaid, en slechts enkele groepjes bleven zitten,
genietende van de zachte lucht, die ruimer werd, als doorgeurd met
een zilte frischheid.... Men tuurde niet meer naar elkaâr, men zag
naar de zee, naar de lucht en den bleeken melkweg...

--Het is hier heerlijk, willen we nog wat gaan zitten? vroeg Betsy.

--Laten we liever gaan toeren! drong Eline aan; tenminste als het je
niet te laat wordt en je niet gelooft, dat de paarden moê zijn, Henk.

Betsy vond Eline excentriek om in den laten avond nog te willen
toeren, maar toch lachte zusjes idée haar ook toe. En zij begaven
zich naar de achterzijde van het Kurhaus, waar hun rijtuig wachtte,
te midden van enkele andere equipages.

Eline vond, dat de wind was opgestoken en wilde vóor zitten, onder
de half opgeslagen kap, naast Otto. Betsy beval Dirk door het Van
Stolkpark naar huis te gaan.

Stil en schimachtig schemerden de villa's tusschen de vage, donkere
massa's van het geboomte, waardoor een enkele zucht, slechts somwijlen
hoorbaar, scheen te suizelen. Maar het getrappel der paarden en het
lichte geratel der wielen over het grint bedekte dat hijgen der koelte
in het loof met een luidruchtigheid, die geen woorden verbraken."

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen